Dopen

 

Het Woord vertelt

 

Ben jij al gedoopt?

 

Laat je vullen door de Heilige Geest...

Als jij zegt: "Ik ben bang!", zegt God tegen jou: "Wees niet bang, want Ik ben bij je, vrees niet, want Ik ben je God. Ik zal je sterken, Ik zal je helpen." (Jesaja 41:10)

 

Dopen

 

De doop, ook wel 'doopsel' genoemd, is binnen het christendom één van de sacramenten (gewijde handelingen), die een belangrijk moment in het leven van een christen markeert.

 

 

 

 

Bij de doop wordt diegene die gedoopt wordt (ook wel 'dopeling' genoemd) overgoten met doopwater of erin ondergedompeld. Bij steeds meer dopen hoor je dat het doopwater speciaal gehaald is uit de rivier de Jordaan. Hieruit blijkt maar hoe sterk de verbondenheid is met het land Israël.

 

Bij de doop spreekt de voorganger-dominee als doopformule uit: "Ik doop u in de naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest". Deze woorden staan ook in Matteüs 28:19. De doop komt met name voor in het Nieuwe Testament en wel door Johannes de Doper. Johannes preekt de doop van bekering en vergeving van zonden. De Here Jezus laat zich dopen door Johannes. Ook de discipelen van Jezus pasten de dooppraktijk toe. Zo werd op de pinksterdag na de hemelvaart van de Here Jezus ruim 3000 mensen gedoopt en zo ging dat door in alle christelijke gemeenten die ontstonden.

 

Christenen zien de doop als een begrafenis van de oude mens, waarna de nieuwe mens in Christus uit het watergraf opstaat. In de brief van Paulus aan de Galaten wordt de doop een "bekleed" worden met Christus genoemd. In de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs maakt Paulus een vergelijking tussen de doop en de doortocht van het volk Israël door de Rode Zee (Schelfzee) bij de uittocht uit Egypte.

 

Vandaag de dag zijn er discussies of in de vroege kerk alleen volwassenen gedoopt werden, of ook de kinderen. Bronnen zijn eveneens verdeeld hierover. Het was voornamelijk belangrijk gedoopt te zijn voor het sterven. In verband met kinderziektes en wiegendood werden mensen later al op een zo vroeg mogelijke leeftijd gedoopt. De doop werd pas later het sacrament van de christelijke initiatie.

 

Ook al ben je niet gedoopt, dan houdt dat zeker niet in dat jij niet in de hemel mag komen. Als je getrouwd bent en je draagt je trouwring niet, dan blijf je toch ook getrouwd. Of te wel als jij het teken van de doop niet op je voorhoofd draagt, dan wil dat toch niet zeggen dat je Christus niet hebt aangenomen als de verlosser.

 

De doop is geen voorwaarde om bij God te mogen komen. Als dat wel zo is, dan zouden zij die tijdens hun sterven tot geloof komen niet meer bij God kunnen komen. Onze God is een God van liefde, en de liefde van God wordt niet beperkt door het wel of niet gedoopt zijn. Toen Jezus aan het kruis hing vroeg een van de 2 andere misdadigers, die naast Jezus aan een ander kruis hing, of Jezus zijn zonde wilde vergevenen als Jezus inderdaad was wie Hij zei dat Hij was. Jezus zei hierop dat de misdadiger heden met Hem in het paradijs zou zijn, zie ook Lucas 23:42.

 

De tekst uit een bekend christelijk lied luidt: "Weet dan dat de Vader je kent, weet dat je bijzonder bent, weet dat je een parel bent, een parel in Gods’ hand !"

 

 

"Het Woord vertelt"

 

 

 

Copyright © 1998 Het Woord vertelt | Alle rechten voorbehouden | Webdesign: Van den Ouden Advies