Bijbelse spreekwoorden en gezegden

 

Het Woord vertelt

 

Heb jij al een bijbel

 

Spreken is zilver, zwijgen is goud...

Als jij zegt: "Ik voel me helemaal alleen. . .", zegt God tegen jou: "Nooit zal ik je afvallen, nooit zal Ik je verlaten." (Hebreeën 13:5)

 

Bijbelse spreekwoorden en gezegden

 

De Bijbel is het meest vertaalde boek uit onze taal. Door de jaren heen zijn er in Nederland veel bijbelvertalingen verschenen. De vertalingen hebben ontzettend veel spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen onze taal binnen gebracht. Spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen bestaan uit een aantal woorden met een figuurlijke betekenis. De bijbel bestaat uit meer dan honderden spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen.

 

 

 

Verbaas je niet, verwonder je slechts

De Nederlandse taal, onze uitdrukkingen, de uitspraken van alle dag. Ze lijken zo gewoon en zijn dat veelal ook, maar bijzonder blijft dat ze allemaal zijn terug te brengen naar het christendom. Ons land, ons leven, de dingen van alle dag, alles is gebaseerd op het woord an God, zijnde de Bijbel. Alles is terug te brengen tot waar het vandaan kwam en waar wij straks allen naar toe mogen gaan.

 

Wat is het verschil tussen een spreekwoord, gezegde en een uitdrukking?

 

 

Spreekwoord

Een spreekwoord is een verzameling woorden die onveranderd blijft. Een spreekwoord heeft altijd een vaste vorm. Het is dus geen vraag. Het is een verzameling woorden (uitspraak) waarin een wijsheid van en voor het leven is opgenomen. Je kunt het ook zien als een constatering of een samenvatting: 'Spreken is zilver, zwijgen is goud.'

 

 

Gezegde

Een gezegde is, net als een spreekwoord, een figuurlijke betekenis en is een vaste uitdrukking. Een gezegde bevat geen werkwoord en kan dus nooit een zin vormen. Bijvoorbeeld: 'Een open deur.'

 

 

Uitdrukking

Ook een uitdrukking heeft een figuurlijke betekenis. Een uitdrukking is een vaste combinatie van woorden waarmee meestal indirect een situatie wordt benoemd. Het kan een gezegde zijn of een zegswijze.

 

 

Ken je de betekenis van deze bijbelse spreekwoorden, gezegde en uitdrukkingen?

Hieronder zijn de meest voorkomende spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen weergegeven die wij in ons dagelijks leven gebruiken. Naast deze uitdrukkingen zijn ook de Bijbelboeken weergegeven waar de spreuken en gezegden zijn terug te vinden. Zoals je kunt zien hebben wij achter de spreekwoorden en gezegden de oorspronkelijke betekenis niet erbij vermeld. Hierdoor kun je zelf op zoek gaan naar de authentieke betekenis. Ook kun je de authentieke betekenis vergelijken met de huidige betekenis.

 

 

Is deze door de 'tijdgeest' veranderd of is deze nog steeds bruikbaar in alle dag?

 

 

Voor nu geldt dan ook ´spreken is zilver, zwijgen is goud´, lees en leer.

 

 

Aan de vruchten kent men de boom - Matteus 7:17-18

 

Abraham zien – Johannes 8 : 57

 

Al het mijne is het uwe - Lucas 15:31

 

Alles is ijdel(heid) - Prediker 1:2

 

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend - Prediker 1:8

 

Alles op zijn tijd - Prediker 3:1

 

Als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de sloot - Matteüs 15:14

 

Als een dief in de nacht - 1 Tessalonicenzen 5:2

 

Als een zoutpilaar staan – Genesis 19:26

 

Babylonische spraakverwarring – Genesis 11:7-9

 

Beter een goede buur dan een verre vriend (Een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.) - Spreuken 27:10

 

Bij de pakken neerzitten - Genesis 49:14

 

Bij hoog en laag zweren - Matteus 5:34-35

 

Daar zal geween zijn en tandengeknars - Matteüs 8:12

 

Dat is een teken aan de wand - Daniël 5:5

 

Dat is niets nieuws onder de zon - Prediker 1:8-9

 

Dat kan het daglicht niet verdragen - Johannes 3:20

 

De Alfa en de Omega – Openbaring 1:8

 

De beker aan je voorbij laten gaan – Matteüs 26:39

 

De Benjamin van de familie / Genesis 35

 

De buik der goddelozen heeft nimmer genoeg – Spreuken 13:25

 

De eerste steen werpen – Johannes 8:7

 

De dood in de pot - 2 Koningen 4:40

 

De Filistijnen over u - Richteren/Rechters 16:9-20

 

De geest is gewillig maar het vlees zwak – Mattheüs 26:40-41

 

De hand in eigen boezem steken - Exodus 4:6

 

De haren rijzen je te berge - Job 4:15

 

De innerlijke mens sterken - 2 Korintiërs 4:16

 

De inwendige mens – Efeziërs 3:16

 

De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ - Joh 8,57

 

De laatsten zullen de eersten zijn - Marcus 10:31

 

De laatsten zullen de eersten zijn - Matteus 19:30, Matteus 20:16, Marcus 10:31 en Lucas 13:30

 

De lier/de harp aan de wilgen hangen – Psalm 137:2

 

De loftrompet blazen - 2 Kronieken 7:6

 

De overheid draagt het zwaard niet tevergeefs - Romeinen 13

 

De schellen vallen hem van de ogen - Handelingen 9:18

 

De schellen van de ogen vallen - Handelingen 9:18

 

De splinter in een anders oog zien, maar niet de balk in eigen oog - Matteus 7:3 en Lucas 6:41

 

De verloren zoon - Lucas 2:11-31

 

De woestijn zal bloeien als een roos - Jesaja 35:1

 

De zondebok zijn - Leviticus 16:21 en Hebreeën 10:4

 

Die niet werkt zal niet eten - 2 Tessalonicenzen 3:10

 

Die wind zaait zal storm oogsten - Hosea 8:7

 

Die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden - Matteus 23:12 en Lukas 18:14

 

Door het oog van de naald gaan - Matteüs 19:24

 

Een aanfluiting - Jeremia 19:8

 

Een balk in het oog – Mattheüs 7:3-5

 

Een barmhartige Samaritaan Lucas 10:25-37 een onverwachtte helper in nood

 

Een berg werk verzetten – Marcus 11:23

 

Een doorn in het oog - Numeri 33:55 en Jozua 23:13

 

Een Farizeeër zijn - Matteüs 23:26

 

Een geloof als een mosterdzaad - Lucas 17:6

 

Een hond keer terug naar zijn eigen braaksel – 2 Petrus 2:22

 

Een lust voor het oog - Genesis 3:6

 

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde - Jesaja 65:17 en Openbaring 21:1

 

Een ongelovige Thomas - Johannes 20:24-29

 

Een rib uit je lijf - Genesis 2:21-22

 

Een roepende in de woestijn - Jesaja 40:3, geciteerd in matteus 3:3, Lucas 3:4, Johannes 1:23

 

Een Salomonsoordeel - 1 Koningen 3:16-28

 

Een teken aan de wand - Daniël 5:25

 

Een teken des tijds [Matteüs 16:3]

 

Een wet van Meden en Perzen - Esther I:19 en Daniël 6:9

 

Een wolf in schaapskleren - Matteus 7:15

 

Eerder nog gaat een kameel door het oog van de naald dan dat een rijkaard in de hemel komt - Mattheüs 19:24

 

Eerst zien en dan geloven - Johannes 20:25

 

Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal - Exodus 20:12

 

En zie het was Lea Genesis 29:25

 

Er is niets nieuws onder de zon - Prediker 1:10

 

Er zit een addertje onder het gras - Genesis 3:1 en Matteus 12:34, Matteus 3:7

 

Ere wie ere toekomt - Romeinen 13:7

 

Ga heen, en zondig niet meer - Johannes 8:11

 

Gaat heen en vermenigvuldigt u - Genesis 1:28 en 9:1

 

Geef de keizer wat des keizers is - Matteüs 22:21

 

Geen tittel of jota veranderen - Matteüs 5:18

 

Geen zorgen voor de dag van morgen - Mattheüs 6:34

 

Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde - 1 Korintiërs 13:13

 

Gewogen en te licht bevonden - Daniël 5:27

 

Het heilige der heiligen - Exodus 27:33 e.v

 

Het is hier een Sodom en Gomorra - Genesis 18:20

 

Het kaf van het koren scheiden - Matteus 3:12 en Lucas 3:17

 

Het land der levenden - Jesaja 53:8

 

Het land van melk en honing - Exodus 3:8

 

Hij is een echte Judas - Lucas 22:48

 

Hij moest strijden tegen een Goliath - 1 Samuël 17

 

Honger maakt rauwe bonen zoet (Aan de hongerige ziel is alle bitter zoet) - Spreuken 27:7

 

Hoogmoed komt voor de val - Spreuken 16:18

 

Iemand de andere wang toekeren - Lucas 6:29

 

Iemand de mond snoeren - 1 Petrus 2:15 en Romeinen 3:19

 

Iemand de woorden in de mond leggen – Exodus 4:15

 

Iemand op handen dragen - Psalm 91:12

 

Ik vrees met groten vreze - Lucas 2:9

 

In Adamskostuum - Genesis 3:10

 

In het duister tasten – Job 12:25

 

In het zweet uws aanschijns - Genesis 3:17-19

 

In zak en as zitten - Esther 4:1-3

 

Ik vrees met groten vreze - Lucas 2:9

 

Jammeren als Jeremia: ook werkwoord jeremiëren synoniemen jammeren, lamenteren, weeklagen

 

Je broeders hoeder zijn - Genesis 4:9

 

Je dagen zijn geteld - Daniël 5: 26

 

Je hebt zeker met mijn kalf geploegd - Richteren 14:18

 

Je kunt geen twee heren dienen - Matteüs 6:24

 

Je talenten niet verspillen - Matteüs 25:14-30

 

Komen als een dief in de nacht - 1 Tessalonicenzen 5:2

 

Laat de kinderen tot mij komen - Matteüs 19:14Marcus 10:14Lucas 18:16

 

Laat mij toch slokken van dat rode, dat rode daar - Genesis 25:30

 

Maak je geen zorgen voor de dag van morgen - Matteüs 6:34

 

Met dezelfde maat meten - Spreuken 20:10

 

Met je talenten woekeren – Mattheüs 25

 

Met twee maten meten – Mattheüs 7:2

 

Muggenziften - Matteüs 23:24

 

Naar de Filistijnen - Richteren/Rechters 13:1

 

Nederigheid siert de mens - Matteüs 23:12, Lucas 14:11 en 18:14

 

Neemt en eet - Matteüs 26:26

 

Niet bij brood alleen zult gij leven / Matteüs 4:4

 

Niet van gisteren zijn - Job 8:9

 

Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen... - Spreuken 6:10 en 24:33

 

Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede - 1 Tessalonicenzen 5:19-21

 

Oog om oog, tand om tand - Exodus 21:24

 

Oogappel - Psalm 17:8

 

Op handen dragen – Psalm 91:12

 

Op twee gedachten hinken – 1 Koningen 18:21

 

Oud en der dagen zat - Genesis 25:8

 

Oude wijn in nieuwe zakken - Matteüs 9:17, Marcus 2:22 en Lucas 5:37

 

Paarlen voor de zwijnen werpen – Mattheës 7:6

 

Sodomie - Genesis 19:4-11

 

Te elfder ure (of de werkers van het elfde uur) - Matteüs 20:9

 

Uit den boze - Matteüs 5:37

 

Vanwaar Gehazi? - 2 Koningen 5:25

 

Vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen - Lucas 23:34

 

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over – Mattheüs 12:34

 

Wat is waarheid? - Johannes 18:38

 

Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in Spreuken 26:27

 

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook aan een ander niet – Matteüs 7:12

 

Wie het zwaard gebruikt, zal door het zwaard omkomen - Matteüs 26:52

 

Wie wind zaait, zal storm oogsten – Hosea 8:7

 

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen - Johannus 8:7

 

Wijze en dwaze maagden - Matteüs 25:1-13

 

Woest en ledig - Genesis 1:2

 

Woorden in de mond leggen - Exodus 4:15, Jesaja 51:16

 

Zalig de armen van geest – Matteüs 5:3

 

Zelfs een dwaas die zijn mond houdt gaat nog door voor wijs - Spreuken 17:28

 

Zeven vette en zeven magere jaren -Genesis 41:25-31

 

Zie, ik maak alle dingen nieuw - Openbaring 21:5

 

Zijn handen in onschuld wassen - Matteüs 27:24

 

Zijn kruis dragen Matteüs 16:24, Marcus 8:34 en Lucas 9:23

 

Zo arm als Job - Job

 

Zo oud als Méthusalem - Genesis 5:27

 

Zoekt en gij zult vinden - Matteüs 7:7

 

Zwaarden tot ploegscharen smeden – Jesaja 2:4

 

 

"Het Woord vertelt"

 

 

Copyright © 1998 Het Woord vertelt | Alle rechten voorbehouden | Webdesign: Van den Ouden Advies